Mijn eerste serieuze wandeldag begon in een katoenen hoodie en eindigde in een bushokje bij Vorden, rillend, doorweekt en vastbesloten om nooit meer te wandelen. De route was prachtig geweest, de afstand prima te doen. Het probleem hing om mijn lijf. Katoen zuigt zweet en regen op als een spons en geeft het vervolgens ijskoud aan je terug.
Die les had ik graag eerder geleerd, want ik ben duidelijk niet de enige die loopt. Volgens de Nationale Wandelmonitor van Wandelnet wandelen zo’n 11 miljoen Nederlanders regelmatig voor hun plezier, waarmee wandelen de populairste vrijetijdsbesteding van het land is. Een flink deel van die miljoenen doet dat in kleding die daar helemaal niet voor bedoeld is.
Het drielagensysteem, zonder het jargon
Wandelkleding klinkt als een wetenschap, maar het hele idee past op een bierviltje. Je draagt drie lagen die elk één taak hebben. De laag op je huid voert zweet af, de laag daarboven houdt je warm, en de buitenste laag houdt wind en regen tegen. Wordt het warm, dan gaat er een laag uit. Wordt het koud, dan gaat er een laag aan.
De grootste fout zit bijna altijd in die eerste laag. Een katoenen shirt voelt in de winkel het lekkerst, maar is onderweg de slechtste keuze die er bestaat. Merinowol of synthetisch materiaal voert vocht af en blijft warm aanvoelen, zelfs als het klam wordt. Wie maar één ding vervangt in zijn wandeluitrusting, moet met dat shirt beginnen.
Investeer in volgorde van huid naar buitenkant
Niemand stopt met wandelen omdat de route te lang was, wel omdat de kleding verkeerd was. Daarom is mijn advies om van binnen naar buiten te investeren. Eerst een goede basislaag, dan een lichte fleece of wollen trui, en pas daarna de regenjas waar de meeste beginners juist als eerste naar grijpen.
Wie die kast wil opbouwen, vindt online een breed aanbod functionele wandelkleding, van merino basislagen tot softshells en regenjacks. Het loont om daar per laag te kijken in plaats van in één keer een complete outfit te scoren, want jouw ideale combinatie hangt af van hoe warm jij zelf loopt. De ene wandelaar staat na drie kilometer te dampen, de ander heeft op dezelfde route nog een bodywarmer aan.
Wat je vooral níet nodig hebt
Een waarschuwing is hier wel op zijn plaats, want de outdoorwereld verkoopt je met liefde een expeditie-uitrusting voor een rondje Veluwezoom. Een jas die getest is op achtduizend meter hoogte is voor een Nederlandse herfstdag vooral zwaar, warm en duur. Hetzelfde geldt voor broeken met twaalf zakken waarvan je er hooguit twee gebruikt.
Kijk dus naar het wandelen dat jij daadwerkelijk doet. Voor dagtochten in Nederland volstaat een lichte regenjas, en mag de rest van je uitrusting gerust eenvoudig blijven. Het geld dat je daarmee bespaart, zit beter in die ene goede basislaag dan in een vierde laag die het hele jaar aan de kapstok hangt.
Terug naar dat bushokje
Twee jaar na mijn afgang bij Vorden liep ik dezelfde etappe opnieuw, dit keer in een merinoshirt en met een regenjas in de rugzak. Het regende weer, want dat doet het in de Achterhoek graag. Het verschil was dat het me deze keer niets kon schelen.
Dat is uiteindelijk wat goede wandelkleding doet. Ze maakt de route niet mooier en de kilometers niet korter, maar ze zorgt ervoor dat het weer een bijzaak wordt. En zodra het weer een bijzaak is, blijft alleen het wandelen zelf over.



