Er is een klein moment op elke reis dat niemand in zijn vakantieplanning zet: je zet je koffer neer in de kamer, je telefoon staat op negen procent, en je lader past niet. In Rome, in Kaapstad, in Londen. Je hebt wel iets bij je dat erop lijkt, maar de pennen staan net anders, of de stekker zit zo los in het stopcontact dat hij er bij de eerste beweging uit valt. Het is nooit een ramp, maar het kost altijd een avond gedoe en meestal ook geld, want de winkel op de luchthaven weet precies hoe graag je die adapter wilt.
Het vervelende is dat de informatie versnipperd is. De ene site praat over voltage, de andere over pennen, en de meeste laten in het midden wat je nu eigenlijk moet kopen. Terwijl het in de kern om twee dingen gaat die los van elkaar staan: de vorm van de stekker, en wat er uit het stopcontact komt. Wie dat onderscheid eenmaal snapt, pakt voor elke bestemming binnen een minuut het juiste spulletje in.
Vorm en spanning zijn twee verschillende dingen
De vorm is het zichtbare deel: hoeveel pennen, rond of plat, wel of geen aarde. Die vormen zijn genummerd met letters, van type A tot en met type N. Een adapter verandert alleen de vorm. Hij zet je Nederlandse stekker om naar het gat in de muur en verder doet hij niets.
De spanning is het onzichtbare deel. In Nederland en in vrijwel heel Europa staat er 230 volt op het net bij 50 hertz. In de Verenigde Staten, Canada en delen van Zuid-Amerika is dat ongeveer 120 volt bij 60 hertz, in Japan zelfs 100 volt. Voor je telefoon, je laptop, je camera en je e-reader maakt dat niets uit, want die laders zijn bijna allemaal geschikt voor 100 tot 240 volt. Kijk maar op het blokje zelf: staat er “100-240V” op, dan heb je alleen de vorm nog te regelen.
Waar het wel misgaat, is bij apparaten die warmte of beweging maken. Een föhn, een krultang, een elektrische tandenborstel met een eigen laadstation, een oude scheerapparaatlader. Die zijn vaak op één spanning gebouwd. In de omgekeerde richting, dus een Amerikaans apparaat in een Europees stopcontact, is de schade meteen zichtbaar en meestal definitief. Andersom gebeurt er iets sluipenders: je föhn draait, maar lauw en traag, en na een week doet hij het niet meer. Voor die gevallen heb je geen adapter nodig maar een omvormer, en die is zwaar, duur en zelden de moeite waard. Laat de föhn dan liever thuis, of ga uit van wat er in de badkamer hangt.
Welke stekker hoort bij welk land
Hieronder de types die je als Nederlandse reiziger in de praktijk tegenkomt, met hoe je ze herkent en wat er in dat deel van de wereld uit het stopcontact komt. Het loont om deze tabel één keer rustig door te lezen voordat je bestelt, want de verschillen zitten in details die je op een productfoto makkelijk over het hoofd ziet.
| Type | Zo herken je hem | Kom je onder meer tegen in | Spanning en frequentie |
|---|---|---|---|
| C | Twee ronde pennen, geen aarde, smal blokje | Het grootste deel van continentaal Europa | 230 V, 50 Hz |
| E en F | Twee dikke ronde pennen met aarde, bij E via een pennetje in het stopcontact, bij F via klemmen aan de zijkant | Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Polen, Portugal | 230 V, 50 Hz |
| G | Drie forse rechthoekige pennen in een driehoek, vaak met een zekering in de stekker | Verenigd Koninkrijk, Ierland, Malta, Cyprus, delen van Zuidoost-Azië | 230 V, 50 Hz |
| A en B | Twee platte verticale pennen, bij B met een ronde aardpen eronder | Verenigde Staten, Canada, Mexico, Japan | 100 tot 120 V, 60 Hz (Japan 100 V) |
| I | Twee platte pennen in een schuine V, bij de geaarde versie met een derde pen eronder | Australië, Nieuw-Zeeland, China, Argentinië | 220 tot 240 V, 50 Hz |
| D en M | Drie ronde pennen in een driehoek, bij M een stuk dikker dan bij D | India, Nepal, Sri Lanka, Zuid-Afrika | 230 V, 50 Hz |
| J | Drie ronde pennen, waarvan de aardpen iets uit het midden staat | Zwitserland, Liechtenstein | 230 V, 50 Hz |
| K | Twee ronde pennen met een halfronde aardpen die op een gezichtje lijkt | Denemarken, Groenland | 230 V, 50 Hz |
| L | Drie ronde pennen op één rechte lijn | Italië, deels Chili | 230 V, 50 Hz |
| N | Drie ronde pennen in een driehoek, in een verdiept stopcontact | Brazilië, in nieuwbouw ook Zuid-Afrika | 127 of 220 V (Brazilië verschilt per regio) |
Twee dingen vallen daarin op. Het eerste: de simpele type C stekker, het smalle blokje dat aan je telefoonlader zit, past in een groot deel van Europa gewoon in het stopcontact, ook in landen die officieel een eigen type hebben. Voor een lange weekendtrip binnen Europa hoef je dus vaak niets mee te nemen, zolang je maar geen apparaat met een dikke geaarde stekker bij je hebt. Het tweede: in de landen waar je juist wél iets nodig hebt, is het bijna altijd type G of type A. Twee adapters dekken op die manier een enorm deel van de wereld af.
Wat er in werkelijkheid in je tas hoort
Voor een reis waarbij je één stekkertype tegenkomt, is dit wat werkt. Ik houd het bewust kort, want elk extra blokje dat je meeneemt is een blokje dat je in een hotelkamer laat liggen.
- Eén adapter voor het stekkertype van je bestemming, bij voorkeur mét aarde als je een laptop meeneemt.
- Eén lader met meerdere USB-poorten, zodat je telefoon, koptelefoon en powerbank aan hetzelfde stopcontact kunnen hangen.
- Een kort verlengsnoer of een plat stekkerdoosje van twee of drie plekken. Dit is het onderschatte voorwerp van deze hele lijst.
- Losse kabels, en dan één meer dan je denkt nodig te hebben. Kabels sneuvelen onderweg, adapters niet.
- Alleen bij een echt afwijkend apparaat: een spanningsomvormer. Voor negen van de tien reizigers is dit overbodig gewicht.
Kopen doe je die spullen bij de gewone ketens: HEMA, Blokker, Action en Kruidvat hebben reisadapters in het reisschap, meestal vlak naast de koffersloten en de vloeistoffenzakjes. Elektronicawinkels zoals MediaMarkt hebben de stevigere modellen met aarde en met USB-C-poorten erin. Bouwmarkten verkopen de losse stekkerdozen en verlengsnoeren, en bij een ANWB-winkel of een kampeerzaak vind je de varianten die op campings en in campers werken. De winkel achter de securitycheck op de luchthaven heeft ze ook, maar daar betaal je vrijwel altijd het meest, en dat is precies het moment waarop je geen keuze meer hebt.
Mijn voorkeur gaat niet uit naar de universele wereldstekker
In elk reisschap ligt hij: de grote universele adapter waarbij je met schuifjes alle pennen naar buiten kunt duwen, geschikt voor honderdvijftig landen. Op papier is dat de slimste aankoop van je hele reis. In de praktijk vind ik hem tegenvallen. Het ding is zwaar, hij steekt ver uit de muur, en juist in oudere hotels en hostels waar de stopcontacten al los in de wand zitten, zakt hij onder zijn eigen gewicht naar beneden. Bovendien zijn de goedkoopste modellen niet geaard, ook al zit er een aardpen op, waardoor je laptop aan een adapter hangt die alleen doet alsof.
Wat bij mij wel werkt: één compacte adapter voor het gebied waar ik heen ga, plus een plat stekkerdoosje met drie plekken. Dat doosje is de echte winst. Hotelkamers hebben zelden meer dan één bruikbaar stopcontact bij het bed, en met dat ene contact moeten je telefoon, je powerbank en soms ook nog de laptop van je reisgenoot het doen. Eén adapter in de muur, het doosje eraan, en alles laadt tegelijk op Nederlandse stekkers die je toch al bij je hebt. Het scheelt bovendien ruzie, wat op de vijfde dag van een reis meer waard is dan het klinkt.
Let er verder op dat er een keurmerk op de adapter staat en dat de behuizing niet meegeeft als je er hard in knijpt. Een adapter waar warmte in blijft hangen is geen theoretisch probleem: hij zit uren achter elkaar aan het net terwijl jij ligt te slapen. Hoe je verder zorgvuldig met je apparatuur omgaat onderweg staat uitgebreider beschreven in dit stuk over het beschermen van je elektronische apparaten.
Onderweg zit het stopcontact zelden waar je hem wilt
De tabel hierboven gaat over hotels en appartementen, maar het grootste deel van het opladen gebeurt tussendoor. In de trein zit het contactpunt onder de zitting of tussen twee stoelen in, en in de nieuwere rijtuigen zit er tegenwoordig ook een USB-aansluiting bij, al is die vaak zo traag dat hij je telefoon alleen op peil houdt en niet echt vult. Wie een lange nachtelijke rit door Europa plant, doet er goed aan de powerbank vol de trein in te nemen, want dat contactpunt is er niet altijd en werkt niet altijd. Meer over dat soort ritten staat in het overzicht over reizen met de nachttrein vanuit Nederland.
In de auto speelt iets anders. Daar heb je geen stekkertype nodig maar een goede USB-lader in de aanstekeraansluiting, en het liefst één met genoeg vermogen om ook een laptop bij te laden tijdens een lange etappe. Wat er verder in de auto thuishoort voor een langere rit staat verzameld in dit artikel over de essentials voor een roadtrip met de auto.
Op een camping en in een camper werkt het weer net anders, omdat je daar met een vaste aansluiting op het net van het terrein te maken hebt en niet met een los stopcontact in een muur. En op het vliegveld geldt de simpelste regel van allemaal: de contacten bij de gates zijn van het land waar je bent, dus tijdens een overstap in Londen of Atlanta heb je diezelfde adapter alweer nodig terwijl je koffer al ingecheckt is. Dat is de reden dat de adapter in je handbagage hoort en niet in de ruimbagage, samen met je lader. Hoe je je telefoon onderweg verder slim inzet zonder dat de batterij halverwege de dag leeg is, komt aan bod in dit stuk over je smartphone gebruiken op reis.
Kort samengevat voor je volgende boeking
Kijk eerst welk stekkertype er bij je bestemming hoort, en daarna pas naar de spanning. Staat er op je laders 100-240V, dan is de spanning geen zorg meer en gaat het puur om de vorm. Blijf je binnen continentaal Europa, dan kom je vaak zonder iets extra’s weg. Ga je naar het Verenigd Koninkrijk, Ierland of Noord-Amerika, dan is die ene adapter het verschil tussen een ontspannen aankomst en een zoektocht in een vreemde stad. En neem dat platte stekkerdoosje mee. Van alles wat ik in de loop van de jaren in mijn tas heb gestopt, is dat het voorwerp waar ik het vaakst blij mee ben geweest.



