Je hebt je wandelschoenen uitgezocht, een regenjas die echt waterdicht is en een route met een koffiestop halverwege. En dan trek je ’s ochtends de eerste de beste sokken uit de la. Na acht kilometer voel je een warm plekje op je hiel, na twaalf kilometer weet je precies waar de blaar zit. Het is de meest gemaakte fout bij herfstwandelingen, en ook de makkelijkste om te voorkomen.
September en oktober zijn wat mij betreft de mooiste wandelmaanden van het jaar. De bossen kleuren, de paden zijn rustiger dan in de zomer en het is koel genoeg om flink door te stappen. Maar het is ook het seizoen van natte paden, modder en temperaturen die binnen een dag van tien naar achttien graden schuiven. Je voeten krijgen het in die omstandigheden zwaarder dan je denkt, en de sok is de laag die alles als eerste opvangt.
Waarom blaren in de herfst vaker opspelen
Een blaar ontstaat door wrijving, en wrijving wordt erger als je huid vochtig is. In de zomer zweet je voet, in de herfst komt daar vocht van buitenaf bij. Een nat grasveld, een plas die je net niet ontwijkt of een lange afdaling waarbij je voet steeds naar voren schuift. Een katoenen sok neemt dat vocht op, wordt zwaar en gaat plooien. Precies op die plooi begint het te schuren.
Daar komt bij dat veel mensen na een zomer op sandalen of sneakers ineens weer hoge wandelschoenen aantrekken. Je voet moet daar even aan wennen, en een sok die afzakt of rimpelt maakt die overgang onnodig pijnlijk. In een eerder stuk over wandelkleding die je onderweg niet in de steek laat kwam katoen al naar voren als de grootste spelbreker op je huid. Voor je voeten geldt dat nog sterker, want daar zit het vocht letterlijk opgesloten in een schoen.

Waar een goede wandelsok voor dames op scoort
Damesvoeten zijn gemiddeld smaller, met een smallere hiel. Een unisex sok zit dan vaak net te ruim rond de hiel en de enkel, en ruimte is in een wandelschoen geen luxe maar een risico. Een sok die echt op een damesvoet is gemaakt, sluit beter aan en blijft beter op zijn plek, ook na drie uur lopen.
Zelf let ik op vier dingen, en ik zou ze iedereen aanraden die meer dan een uur per keer wandelt.
- Materiaal. Merinowol of een mix met merino voert vocht af, blijft warm als hij nat wordt en gaat minder snel ruiken. Alpacawol doet hetzelfde en voelt nog wat zachter aan.
- Pasvorm. De hiel van de sok hoort precies op je hiel te zitten. Zakt hij af richting je zool, dan ben je onderweg alleen nog aan het trekken en schuiven.
- Verdikking op de juiste plekken. Een iets dikkere zool onder de bal van je voet en onder je hiel vangt de klappen op, terwijl een dunner deel over de wreef je schoen niet te strak maakt.
- Lichte compressie. Een sok die zacht om je voet en kuit sluit, blijft op zijn plek en voelt aan het eind van de dag minder zwaar.
Over dat laatste punt bestaat nogal wat verwarring. Compressie klinkt medisch, maar bij wandelsokken gaat het om de lichtste vorm, vooral bedoeld voor pasvorm en comfort. Bij Sockwell vind je bijvoorbeeld wandelsokken voor dames die niet gaan schuiven, met lichte compressie in klasse 1 en een mix van merinowol met alpacawol of bamboe. Er zijn halfhoge modellen die net boven je schoen uitkomen en kniehoge varianten die ook je kuit omsluiten, in rustige kleuren als grijs, zwart, khaki en blauw. Voor lange tochten met veel klimmen en dalen zou ik zelf de hoge versie kiezen, voor een rondje van een middag de halfhoge.
De schoen en de sok horen bij elkaar
Een goede sok redt geen schoen die niet past, en andersom ook niet. Neem je wandelsokken daarom mee als je nieuwe schoenen gaat passen. Een dikke wollen sok kan zomaar een halve maat schelen, en dat merk je pas na tien kilometer.
Wie in de herfst veel op onverharde paden loopt, heeft baat bij een schoen met een stevige zool en een ruime neus. De wandelschoenen van KEEN zijn daar een mooi voorbeeld van, met een brede voorkant waardoor je tenen bij een afdaling niet tegen de neus stoten. Met een sok die goed aansluit blijft je voet dan op zijn plek, in plaats van bij elke stap een paar millimeter naar voren te glijden.
Loop nieuwe schoenen altijd eerst in op korte stukken, en doe dat met de sokken die je ook op de lange tocht draagt. Zo merk je meteen of er ergens een naad drukt of een plek warm wordt, en dat merk je liever thuis dan op kilometer vijftien.
Natte paden, modder en een droog reservepaar
Wandel je in oktober in Nederland, dan wordt het vroeg of laat nat. Op de Veluwe valt dat meestal mee, maar in het rivierengebied of langs de kust sta je na een flinke bui soms tot je enkels in de blubber. Voor een polderroute of een lange strandwandeling zijn rubberlaarzen eigenlijk de betere keuze. De laarzen van Hunter zijn daar al decennia een klassieker voor, en met een warme sok erin houd je het een hele middag uit. Een dikkere wollen sok werkt in een rubberlaars trouwens beter dan een dunne, omdat hij het zweet van binnenuit opvangt.
Neem bij een lange tocht altijd een tweede paar sokken mee in een plastic zakje. Het weegt bijna niets, en een droog paar halverwege voelt als een nieuwe start. Datzelfde advies gaf ik ook in het stuk over licht reizen in de herfst, waar droge sokken net zo goed de redder in nood bleken.

Zo voorkom je blaren onderweg
Ook met de beste sokken kan het misgaan. Wandelnet zette eerder dit jaar op een rij welke sokken je wandeling maken of breken, en dat sluit aan bij wat ik zelf onderweg heb gemerkt. Een paar gewoontes maken het grootste verschil.
- Trek je sokken aan op echt droge voeten. Ook een beetje vocht van de douche of van een crème geeft al meer wrijving.
- Strijk de sok glad voordat je je veters strikt, vooral rond de hiel en de tenen.
- Stop zodra je een warm plekje voelt. Een stukje sporttape of een blarenpleister op dat moment scheelt later een blaar.
- Knip je teennagels een paar dagen van tevoren, niet op de ochtend zelf.
- Was wollen sokken op een lage temperatuur en laat ze aan de lucht drogen, dan houden ze hun vorm en hun demping.
Krijg je toch een blaar die openscheurt of rood en warm wordt, maak hem dan schoon en dek hem af. Ziet het er na een paar dagen niet beter uit, laat er dan iemand naar kijken.
Maak er een weekend van
Een herfstwandeling hoeft geen tocht door de bergen te zijn. Juist in Nederland kun je een mooie route prima combineren met een overnachting in een oud stadje als Zutphen, Deventer of Hattem. Het past bij de manier van reizen die ik eerder beschreef in een stuk over slow travel in Nederland, waarbij de weg ernaartoe net zo belangrijk is als de plek waar je uitkomt.
Neem voor de avond dan wel een tweede paar schoenen mee. Na een dag op wandelschoenen is het heerlijk om iets anders aan je voeten te hebben, en een paar leren enkellaarsjes van Lazamani staat net zo goed in een restaurant als op een herfstige kade langs de IJssel. Trek er een dunne sok bij aan en hang je wandelsokken te luchten in de hotelkamer, dan zijn ze de volgende ochtend weer fris.
Waar ik zelf op uitkom
Ik denk dat sokken vooral vergeten worden omdat ze zo gewoon zijn. Je besteedt een middag aan het uitzoeken van een jas en een uur aan het passen van schoenen, maar de sokken pak je uit de la. Terwijl juist die laag bepaalt of je na twintig kilometer nog fris bent of strompelend de parkeerplaats op loopt.
Een goed paar wandelsokken gaat jaren mee als je ze netjes wast. Kies een damesmodel dat strak om je hiel zit, met wol voor de warmte en de vochtafvoer, en draag ze eerst een paar keer op korte stukken. Dan kan de herfst wat mij betreft beginnen, met natte bladeren, een thermoskan koffie en voeten die het hele eind meewerken.



