Ik ben in de herfst jarenlang de man geweest die met een veel te volle tas op het perron stond. Vier truien, twee jassen, schoenen voor het geval dat, en dan alsnog op zaterdagochtend in een winkelstraat staan omdat ik geen droge sokken meer had. Op een gegeven moment ben ik gaan tellen wat ik na afloop ongebruikt weer uitpakte. Dat waren, elk weekend opnieuw, ongeveer zeven kledingstukken. Sindsdien pak ik anders in, en het weekend is er merkbaar prettiger van geworden.
Herfstweer in Noordwest-Europa is niet koud, het is wisselvallig. Dat is een belangrijk verschil, want je pakt niet tegen kou maar tegen wisselingen. Twaalf graden met wind en motregen vraagt om iets anders dan twaalf graden met zon. Wie dat in laagjes oplost in plaats van in extra kledingstukken, houdt een tas over die je zonder klagen een dag lang kunt dragen.
Wat je nodig hebt
Dit is de basis waar ik na veel geschuif op ben uitgekomen. De meeste dingen heb je waarschijnlijk al liggen, en wat je mist haal je zonder moeite bij een sportzaak of een huishoudwinkel.
- Een tas van 30 tot 40 liter, met een heupband als je veel loopt. Decathlon en Bever hebben hier het breedste aanbod; op Marktplaats en in kringloopwinkels staan ze ook regelmatig, en een goede rugzak gaat jaren mee.
- Twee dunne lagen in plaats van een dikke trui. Een longsleeve en een fleece- of merinovest. Decathlon en de Zeeman verkopen betaalbare varianten, merinowol vind je bij Bever en bij de meeste outdoorzaken.
- Een waterdichte jas met capuchon. Geen dik winterjack, wel iets dat wind en regen tegenhoudt.
- Schoenen die nat mogen worden, plus dikkere sokken dan je denkt nodig te hebben. Wollen sokken zijn het verschil tussen doorlopen en terug naar de accommodatie.
- Een opvouwbare tas voor de terugreis, te koop bij HEMA, Action en Blokker.
- Drie of vier stevige zakken, plastic of stof, om je tas mee in te delen. Diepvrieszakken uit de supermarkt werken net zo goed als de dure compressiezakken.
- Een powerbank en de juiste stekker. Bij Action, Kruidvat en de elektronicazaken liggen ze op ooghoogte, meestal met een universele adapter ernaast.
- Toiletspullen in kleine flesjes, verkrijgbaar bij Kruidvat, Etos en HEMA.
Zo pak je in, stap voor stap
Kijk eerst naar het weer, niet naar de kast. Klinkt vanzelfsprekend, maar de meeste mensen pakken op gevoel voor het seizoen en niet op wat er die dagen daadwerkelijk gaat gebeuren. Kijk naar de gevoelstemperatuur, naar de windkracht en naar de kans op neerslag per dagdeel. Bij tien graden en windstil heb je aan twee lagen genoeg. Bij tien graden en windkracht vijf voelt datzelfde weer als vijf graden aan, en dan wil je een winddichte buitenlaag. Wie wil weten hoe grillig een Nederlandse herfstmaand werkelijk verloopt, kan de maand- en seizoensoverzichten van het KNMI naast elkaar leggen. Het patroon is elk jaar anders, en dat is precies waarom vaste paklijsten voor de herfst zo slecht werken.
Bepaal je bovenlaag als eerste. De jas is het enige stuk dat je niet kunt verzinnen als het misgaat, dus die kies je voordat je aan de rest begint. Een waterdichte, winddichte jas met capuchon is voor een herfstweekend bijna altijd de juiste keuze, ook als de voorspelling droog is. Een dikke gewatteerde jas neem ik pas mee vanaf november, en dan draag ik hem aan, nooit in de tas.
Reken in laagjes, en tel ze op. Een longsleeve, een vest en een jas geven samen meer warmte dan een dikke wintertrui met dezelfde jas, en je kunt ze los van elkaar uittrekken zodra je in een café of museum zit. Voor twee overnachtingen kom ik uit op twee longsleeves, een vest, een extra shirt en een broek die ik aanheb. Meer is er niet nodig, en dat is geen zuinigheid maar comfort.
Kies één paar schoenen om te dragen en hooguit één om mee te nemen. Schoenen zijn de grootste ruimtevreters in elke tas, en ze zijn ook het onderdeel waar mensen het vaakst de mist mee ingaan. Wat je aan je voeten hebt, moet nat kunnen worden en daarna weer op kunnen drogen. Neem je toch een tweede paar mee, laat het dan iets platters zijn dan wat je aanhebt. Ik heb er eerder een heel stuk aan gewijd welke schoenen mee moeten op reis, want de afweging blijft elk seizoen terugkomen.
Verdeel alles over zakken, niet over lagen in de tas. Eén zak voor schone kleding, één voor vuile, één voor elektronica en kabels, één voor toiletspullen. Het scheelt je op zaterdagavond het uitpakken van je hele tas op zoek naar een oplader. Rol je kleding op in plaats van vouwen: het scheelt ruimte en je kleren komen er minder gekreukt uit dan je zou verwachten.
Zwaar naar beneden en tegen je rug aan. In een rugzak hoort het gewicht laag en dicht tegen je rug, anders trekt de tas je achterover en heb je na een kilometer al pijn in je schouders. Schoenen en boeken onderin, kleding daarboven, en de jas en de regenspullen bovenin waar je er zonder uitpakken bij kunt. Bij een koffer geldt hetzelfde principe: het zware bij de wielen.
Leg klaar wat je onderweg nodig hebt. Reisdocumenten, kaartje, telefoon, powerbank, een flesje water en iets te eten. Die spullen horen in een voorvak of in een klein schoudertasje, want alles wat je in de trein of op het vliegveld nodig hebt en onderin je tas zit, ga je op het slechtst denkbare moment zoeken. Reis je met handbagage, dan wordt die scheiding nog belangrijker; de aanpak om met alleen handbagage weg te gaan werkt ook prima voor een lang weekend in eigen land.
Controleer de stroom voordat je de deur uitgaat. Powerbank vol, oplaadkabels erbij, en bij een bestemming over de grens de juiste adapter. Dat laatste is de meest banale reisfout die er bestaat en toch maakt bijna iedereen hem een keer. Welk type waar past, heb ik uitgezocht in het overzicht van reisstekkers per land, want de aanname dat België en Duitsland hetzelfde zijn als Nederland gaat lang niet overal op.
Til de tas op en loop er een rondje mee. De laatste stap, en de stap die het meeste oplevert. Voelt hij zwaar in de gang, dan voelt hij op zondagmiddag met natte kleding erin als een straf. Haal er dan twee dingen uit. Bijna altijd zijn dat een extra trui en een paar schoenen, en bijna nooit mis je ze.
Waar het meestal misgaat
De klassieke fout is niet dat mensen te weinig meenemen, maar dat ze meenemen voor een scenario dat niet gaat gebeuren. Een chic overhemd voor het geval dat er een leuk restaurant is. Sportkleren voor het geval dat er tijd is om te hardlopen. Een boek voor het geval dat het regent, en een tweede boek voor het geval het eerste tegenvalt. Al die reserveringen bij elkaar maken je tas twee kilo zwaarder voor gebeurtenissen die in een weekend van twee dagen zelden allemaal plaatsvinden.
De tweede fout zit in de wasgelegenheid. Voor drie dagen hoef je niets te wassen, dus alle kleding die je “voor de zekerheid” meeneemt is dood gewicht. Ga je langer weg, dan is één avond een shirt uitspoelen in de wastafel efficiënter dan drie extra shirts sjouwen. Sneldrogend materiaal is dan wel het overwegen waard, want katoen droogt in een vochtig herfsthuis nauwelijks.
De derde fout, en die zie ik het vaakst bij mezelf terug, is de tas te groot kiezen. Een rugzak van zestig liter vul je, ook als je hem niet nodig hebt. Er is iets in ons hoofd dat lege ruimte niet verdraagt. Neem daarom bewust een kleinere tas mee dan je denkt nodig te hebben, want de beperking doet het werk dat discipline anders had moeten doen.
Wat je op de terugweg overhoudt
Een klein ritueel dat ik iedereen aanraad: leg op de laatste avond opzij wat je niet hebt gedragen. Niet om jezelf te straffen, wel om de volgende keer te weten wat je kunt laten liggen. Na drie of vier weekenden heb je een lijst die klopt voor jouw manier van reizen, en die is waardevoller dan elke standaardpaklijst die je online vindt.
Voor mij ziet die lijst er inmiddels uit als een tas van vijfendertig liter die op de weegschaal onder de zeven kilo blijft, ook met een natte jas erbij. Dat betekent dat ik in een station niet naar een kluisje hoef, dat ik na aankomst gewoon nog een uur kan lopen, en dat het weekend begint op het moment dat ik de deur uitloop in plaats van bij het inchecken. Dat scheelt meer aan een lang weekend dan welke bestemming dan ook.



